Laat winsten lopen en kap verliezen af


"Laat uw winstgevende posities doorlopen en kap uw verlieslatende snel af". Als u dit hier zo ziet staan dan denkt u waarschijnlijk: tja, dat is logisch.


Laten we voor de zekerheid toch eens kort onderzoeken waarom een portefeuille op de lange termijn pas echt winstgevend kan zijn als de belegger zich aan deze regel houdt.


Voor dit onderzoek gaan we uit van drie verschillende beleggers die hetzelfde handelssysteem gebruiken. Het betreft wel een bijzonder handelssysteem, want het geeft alleen aankoopsignalen af voor aandelen maar geen verkoopsignalen. We gaan er verder vanuit dat het een degelijk en goed gefundeerd handelssysteem betreft. De beleggers kunnen het handelssysteem op 1000 verschillende aandelen toepassen en daardoor is er iedere dag wel ergens een aankoopsignaal. De meting begint nadat alle drie hun volledige vermogen in 10 posities hebben gestoken.


Ze gebruiken echter alle drie een andere methode om hun ingenomen posities af te sluiten.


Belegger #1 vindt het belangrijk om winsten snel te incasseren en sluit daarom iedere positie af zodra deze 10% winst heeft behaald. Hij is tevens van mening dat men nooit verliesgevende posities moet afsluiten en houdt deze dus gewoon aan met de verwachting dat het wel weer goed zal komen.


Belegger #2 laat winstgevende posities wel doorlopen en bepaalt met behulp van een ruime "moving stop loss" (ook wel trailing stop loss genoemd) wanneer de winst genomen dient te worden. Maar ook hij houdt verliesgevende posities aan.


Belegger #3 gebruikt dezelfde methode als belegger #2 om winsten door te laten lopen, maar daarnaast gebruikt hij ook een stop loss om zijn verliesgevende transacties direct na 10% verlies af te sluiten. Voor alle drie geldt dat ze bij het afsluiten van iedere positie direct weer een nieuwe aandelenpositie moeten innemen. Hieronder worden de systemen van alle drie de beleggers en bijbehorende aannames op een rijtje gezet:


Geldt voor alle drie de beleggers

  • De beleggers zijn gedurende het jaar volledig belegd.

Belegger #1

  • Weet maar liefst 70% van al zijn transacties winstgevend af te sluiten (doordat hij direct na 10% winst de posities afsluit én doordat zijn verliesgevende posities door langer aan te houden af en toe toch weer op 10% winst komen)
  • Boekt maximaal 10% winst per transactie
  • Bij zijn verliesgevende transacties (30% van alle transacties) maakt hij gemiddeld 30% verlies (doordat sommige aandelen grote verliezen maken).

Belegger #2

  • Heeft 60% van al zijn transacties winstgevend af kunnen sluiten (dit percentage is lager dan bij belegger 1 omdat initieel winstgevende posities soms weer terugvallen voordat ze op 10% winst staan)
  • Behaalt gemiddeld 20% rendement bij een met winst afgesloten postie (doordat winsten vaker de ruimte krijgen om door te groeien)
  • Bij zijn verliesgevende transacties (40% van alle transacties) maakt hij gemiddeld 30% verlies (doordat sommige aandelen grote verliezen maken).

Belegger #3

  • Weet slechts 50% van al zijn transacties winstgevend af te sluiten (dit percentage is het laagst omdat initieel winstgevende posities soms weer terugvallen voordat ze op 10% winst staan én omdat verliesgevende posities snel afgesloten worden en daardoor niet de kans krijgen om weer op winst te komen staan)
  • Behaalt gemiddeld 20% rendement bij een met winst afgesloten postie (doordat winsten vaker de ruimte krijgen om door te groeien)
  • Bij zijn verliesgevende transacties (50% van alle transacties) maakt hij slechts 10% verlies (doordat zijn stop loss alle posities met een groter verlies direct afsluit).

Om nu de het gemiddelde verwachte rendement per transactie voor deze drie strategieën te berekenen, maak ik gebruik van het "expected value" principe (zie ook fundament VII). Hier wordt het gemiddeld te verwachten rendement berekend door de kans op een gebeurtenis (winst of verlies) te vermenigvuldigen met het bijbehorende rendement:


EV = kans x rendement


EV Belegger 1 = 70% (kans op winsttransactie) x 10% (winst) + 30% (kans op verliestransactie) x -30% (gemiddeld verlies) = 0.7 x 0.1 + 0.3 x -0.3 = 0.07 - 0.09 = -2%

De eerste belegger maakt dus nog steeds over het algemeen een klein gemiddeld verlies per transactie, ook al weet hij maar liefst 70% van zijn transacties winstgevend af te sluiten!


EV Belegger 2 = 60% (kans op winsttransactie) x 20% (winst) + 30% (kans op verliestransactie) x -30% (gemiddeld verlies) = 0.6 x 0.2 + 0.3 x -0.3 = 0.12 - 0.09 = +3%

De tweede belegger maakt veel meer rendement dan belegger #1. Het enige verschil hier is dat deze belegger zijn winsten niet te snel afkapt.


EV Belegger 3 = 50% (kans op winsttransactie) x 20% (winst) + 50% (kans op verliestransactie) x -10% (gemiddeld verlies) = 0.50 x 0.2 + 0.50 x -0.1 = 0.10 - 0.05 = +5%

Deze belegger begrijpt hoe belangrijk het is om niet te lang met verliesposten te blijven zitten en winstgevende posities juist door te laten lopen. Zijn rendement is dan ook duidelijk het hoogst, ook al heeft hij slechts 50% van de keren winst weten te halen.


Het systeem van belegger #3 is nog veel beter dan de cijfers hierboven doen vermoeden. De bovenstaande percentages zijn gemiddelde verwachte rendementen per transactie. Maar doordat belegger #3 zijn verliezen snel afkapt en deze met andere nieuwe posities vervangt, zal hij na 1 jaar handelen meer posities hebben ingenomen dan de andere twee beleggers. Dus zelfs wanneer het rendement per transactie voor belegger #3 hetzelfde zou zijn geweest als die van belegger #2, ook dan zou belegger #3 aan het einde van dat jaar meer hebben verdiend dan belegger #2.


Dit principe geeft de portefeuille dus drie keer een winst:

1) maximaliseert winsten (niet sluiten zolang de koersen stijgen)

2) minimaliseert verliezen (door deze snel te sluiten)

3) haalt het meeste uit het beschikbare vermogen (door verliezen af te kappen en ruimte te maken voor nieuwe posities)


Het bijzondere hier is dat de meeste beleggers wel degelijk op de hoogte zijn van dit fenomeen. Waarom er dan toch zoveel beleggers moeite hebben om hun papierenverliezen af te sluiten en papierenwinsten door te laten lopen, heeft weer eens met onze onderbewuste psyche te maken (zie ook de psychologische valkuilen beschreven in fundament V). Een van de relevante psychologische "tekortkomingen" van de mens die dit gedrag veroorzaakt is de zogenaamde "framing effect". Dit effect zorgt ervoor dat we verliezen en winsten niet in verhouding kunnen zien. We vinden verliezen altijd pijnlijker dan we winsten bevredigend vinden. Hierdoor zullen we risico's mijden wanneer de situatie er gunstig uitziet (winsten afkappen) en juist bereid zijn om veel meer risico's te nemen als de situatie er slecht uitziet (verliesposten aanhouden). Dit effect is overigens een van de vele overlevingsmechanismes die we van onze prehistorische voorouders hebben geërfd. In levensbedreigende situaties was het noodzakelijk om meer risico's te nemen om er maar levend uit te kunnen komen... Alhoewel de beurs voor sommigen van ons nog als oorlogsterrein aanvoelt, werkt deze emotie daar zeer averechts voor uw beleggingsresultaten.


Het systeem van de AEX belegger past de methode van belegger #3 zeer strikt toe.


De AEX Belegger.