Posities de ruimte geven om zich te ontwikkelen
Hoewel stijgende en dalende trends elkaar snel kunnen opvolgen, zien we vaker dat stijgende en dalende trenden vooraf worden gegaan door een zijwaartse trend. Tijdens deze "kalme" en trendloze periodes zijn trendindicatoren zoals het voortschrijdende gemiddelde niet betrouwbaar. Deze indicatoren werken namelijk goed wanneer de koers trendmatig beweegt en niet wanneer het trendloos beweegt. Technische analysten spreken dan "valse" signalen. Het opvolgen van deze signalen zal de resultaten van de portefeuille negatief beïnvloeden.
Het systeem van de AEX Belegger is zich hiervan bewust. Daarom is het signaal van de voortschrijnende gemiddelden niet volledig bepalend voor het aankopen noch voor het verkopen van een aandeel. Zoals in de aankoopstrategie wordt beschreven, moeten aandelen ook door de performance indicator als "goedkoop" aangemerkt worden om een aankoop toe te staan. Maar ook bij de beslissing om een aandeel te verkopen zullen de signalen van de voortschrijdende gemiddelden niet sluitend zijn. Volgens het systeem dient een aandeel verkocht te worden als een dalende trend zich aandient: verkoopsignaal voortschrijdende gemiddelden. Maar aangezien deze signalen tijdens zijwaartse periodes vaak onbetrouwbaar zijn, worden posities NIET afgesloten zolang deze aandelen nog volgens de performance indicator "goedkoop" zijn; ook al geven de voortschrijdende gemiddelden dus een dalende trend aan. Hieronder ziet u een voorbeeld waarbij de positie toch werd aangehouden terwijl de voortschrijdende gemiddelden valse verkoopsignalen gaven:
Corio bewoog sinds 1998 tot 2001 vrijwel zijwaarts. Na een kleine daling in 2001 gaf het systeem een aankoopsignaal, omdat het aandeel door de performance indicator als "goedkoop" werd aangemerkt én de voortschrijdende gemiddelden een mogelijk stijgende trend aangaven. Het aandeel werd dan ook eind 2001 gekocht. De stijgende trend kwam echter niet tot stand. Zoals in het blauw gearceerde gebied te zien is, heeft het aandeel na de aankoop bijna 2 jaar zijwaarts bewogen. Tijdens deze zijwaartse periode hebben de voortschrijnende gemiddelden meerdere keren een verkoopsignaal afgegeven. Aangezien deze signalen in een zijwaartse trend vaak onbetrouwbaar zijn en omdat het aandeel volgens de performance indicator nog steeds "goedkoop" was werden de signalen van de voortschrijdende gemiddelden genegeerd en werd de positie aangehouden. Eind 2003 was de stijgende trend dan eindelijk daar. De Voortschrijdende gemiddelden gaven pas in april 2005 weer een verkoopsignaal af (het einde van deze stijgende trend). Aangezien het aandeel volgens de performance indicator erg "duur" was geworden en de stijgende trend ten einde bleek te zijn, is toen de positie afgesloten (te zien in de grafiek in de vorm van een dalende pijl).
Posities die op winst staan kunnen door twee afzonderlijke voorwaarden worden afgesloten. Een voorbeeld van de eerste voorwaarde hebben we in het voorbeeld hierboven gezien: Voortschrijdende gemiddelde geeft verkoopsignaal én performance indicator merkt het aandeel als "duur" aan. De tweede voorwaarde is gekoppeld aan een trailing/moving stop loss. Dit houdt in dat een winstgevende positie gedurende de stijging continu gevolgt wordt door een stop loss. Zolang de koers stijgt, stijgt ook de stop loss waarde. Wanneer de koers echter begint te dalen blijft de stop loss staan. Hierdoor zal het fonds worden verkocht bij een te grote daling vanaf de vorige top; ook al wordt niet aan de eerste voorwaarde voldaan. Dit principe voldoet aan hetgeen beschreven in fundament VI.
Verliesgevende posities geen ruimte geven
Het systeem van de AEX Belegger maakt gebruik van meerdere indicatoren en van elkaar afhankelijke voorwaarden om posities in te nemen of juist af te sluiten. Deze regels zijn echter altijd onderdanig aan een andere volledig losstaande en simpele regel:
Sluit iedere positie wanneer deze onder de vaste stop loss daalt.
Dit is een zeer essentiële regel die het systeem beschermt tegen grote verliezen. Lees in fundament VI, waarom deze werkwijze van cruciaal belang is. Hoewel het verlies bij een stop loss trigger veel kan lijken, zorgen de spreidingregels van het systeem ervoor dat de maximale verlies op het totale vermogen niet meer zal zijn dan 4-5%. Bekijk ook de money management regels.
|